ECLI:NL:RVS:2019:390
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige voorziening ontgrondingsvergunning Zeewolde
Bij uitspraak van 7 augustus 2018 werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij het besluit van het college van gedeputeerde staten van Flevoland tot vergunningverlening voor ontgronding in Zeewolde werd geschorst. Het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde verzocht om opheffing van deze schorsing. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek op 29 januari 2019 en overwoog dat onvoldoende zekerheid bestond dat geen schadelijke gevolgen zouden ontstaan voor de betrokken partij zolang de bodemprocedure nog loopt.
De voorzieningenrechter nam kennis van het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) en het tegenrapport van Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema&Partners bv, waarbij methodische gebreken in het StAB-rapport werden aangevoerd. Gezien de complexiteit en onzekerheid achtte de voorzieningenrechter een voorlopige beoordeling niet passend en verwees de zaak naar de bodemprocedure.
Daarmee werd het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de tegenpartij, waarbij een enkelvoudige vergoeding voor rechtsbijstand werd toegekend. De uitspraak werd gedaan op 12 februari 2019 door voorzieningenrechter E. Helder.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college van burgemeester en wethouders van Zeewolde wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.