ECLI:NL:RVS:2019:3654
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft op 20 juni 2018 de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten ingetrokken vanwege zijn rol in een incident op 11 februari 2018, waarbij hij samen met familieleden een taxi klemreed en vernielingen plaatsvonden. Appellant betwistte dit besluit, stellende dat de getuigenverklaringen tegenstrijdig en onduidelijk waren en dat de strafzaak was geseponeerd wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de korpschef terecht heeft geoordeeld dat appellant onvoldoende betrouwbaar is voor de functie van beveiliger. De verklaringen van getuigen en betrokkenen zijn volgens de Afdeling eenduidig over het klemrijden en het intimiderende gedrag van appellant.
Hoewel appellant niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat hij een actieve bijdrage aan de geweldpleging had geleverd, was zijn gedrag niet de-escalerend en heeft hij de situatie verlaten zonder hulp te bieden of de politie in te schakelen. Gezien de hoge eisen aan betrouwbaarheid in de beveiligingsbranche was het besluit tot intrekking van de toestemming gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten wordt bevestigd wegens onvoldoende betrouwbaarheid.