ECLI:NL:RVS:2019:3632
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vrijstelling schoolbezoek wegens onvoldoende gewichtige omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de afwijzing door de leerplichtambtenaar van haar verzoek om vrijstelling van geregeld schoolbezoek voor haar zoon gedurende een periode in 2017. De moeder wilde haar zoon meenemen naar Curaçao vanwege het huwelijk van haar vader en diens daaropvolgende hartoperatie. De leerplichtambtenaar wees het verzoek af omdat deze redenen niet voldeden aan de criteria voor gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in de Leerplichtwet 1969.
De rechtbank verklaarde het beroep van de moeder ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad van State overwoog dat de zoon in de betreffende periode niet geregeld de in Den Haag gelegen school had bezocht en dat het feit dat hij ook ingeschreven stond bij een school op Curaçao en deze bezocht, daaraan niets afdeed. Tevens was de moeder op de hoogte van de afwijzing ruim voor vertrek en had zij een voorlopige voorziening kunnen aanvragen.
Verder oordeelde de Raad dat de leerplichtambtenaar terecht de aanvraag niet als gewichtige omstandigheden heeft aangemerkt, mede omdat de periode waarvoor vrijstelling werd gevraagd langer was dan toegestaan en er geen bewijs was dat de grootvader levensbedreigend ziek was. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vrijstelling van schoolbezoek bevestigd.