ECLI:NL:RVS:2014:3953
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vrijstelling thuisonderwijs wegens ontbreken gewichtige omstandigheden
De leerplichtambtenaar van de gemeente Breda wees het verzoek van appellant af om vrijstelling te verlenen voor zijn zoon om thuisonderwijs te volgen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en dat van zijn vrouw niet-ontvankelijk. De Raad van State herstelde de ontvankelijkheid van het beroep van de vrouw, maar verklaarde dit alsnog ongegrond.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip 'andere gewichtige omstandigheden' in de Leerplichtwet, waarop appellant zich baseerde om vrijstelling te verkrijgen. De leerplichtambtenaar stelde dat dit begrip restrictief moet worden uitgelegd en dat thuisonderwijs niet in de wet is voorzien. De Raad van State bevestigde deze terughoudende toetsing en oordeelde dat de leerplichtambtenaar zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de omstandigheden van appellant geen gewichtige omstandigheden vormden.
De belangen van het kind zijn volgens het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) leidend, maar de Raad concludeerde dat de leerplichtambtenaar deze belangen voldoende heeft meegewogen, mede op basis van het advies van het schoolhoofd dat structureel thuisonderwijs onwenselijk is. Het verzoek tot vrijstelling werd daarom terecht afgewezen.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het beroep van de vrouw niet-ontvankelijk was verklaard, maar het beroep werd inhoudelijk afgewezen. De griffierechten werden terugbetaald aan appellant en zijn vrouw.
Uitkomst: Het verzoek tot vrijstelling van schoolbezoek voor thuisonderwijs is afgewezen wegens ontbreken van gewichtige omstandigheden.