ECLI:NL:RVS:2019:3531
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en terugwijzing zaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 mei 2018 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging in beroep bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het vierogenbeginsel niet in alle asielzaken hoeft te worden toegepast en dat het oordeel van de rechtbank over de afvalligheid en bekering van de vreemdeling onjuist was omdat deze motieven niet los van elkaar beoordeeld moeten worden zonder duidelijke scheiding in tijd. Tevens concludeerde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de staatssecretaris geen integrale beoordeling had gemaakt van de geloofwaardigheid van de bekering.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling, waarbij de rechtbank het oordeel van de Afdeling in acht moet nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.