ECLI:NL:RVS:2019:3503
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herberekening voorschot kinderopvangtoeslag 2014
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag 2014 van appellante bij besluit van 4 november 2016 opnieuw berekend en vastgesteld op nihil. Appellante maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij tijdig bezwaar had gemaakt met een brief van 16 november 2016, maar de Raad van State oordeelde dat dit bezwaarschrift niet gericht was tegen het herberekeningsbesluit van 4 november 2016, maar tegen invorderingsmaatregelen. De inhoud en aanduiding van het bezwaarschrift wezen hierop, en appellante had geen redenen opgegeven voor de termijnoverschrijding.
Verder werd geoordeeld dat het afzien van het horen in bezwaar gerechtvaardigd was omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het beroep ongegrond bleef. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.