ECLI:NL:RVS:2019:3368
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende belangenafweging
De staatssecretaris had bij besluit vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland had. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris bij zijn besluiten geen belangenafweging had gemaakt zoals vereist op grond van artikel 14, derde lid, en punt 16 van de considerans van de Verblijfsrichtlijn, terwijl aan de vaststelling van het niet-bestaan van rechtmatig verblijf een verwijderingsmaatregel is verbonden. De rechtbank had dit niet onderkend.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 15 januari 2018 vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De staatssecretaris wordt verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een belangenafweging waarin ook de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling worden betrokken.
De staatssecretaris moet tevens de proceskosten van de vreemdeling vergoeden, zij het zonder griffierecht omdat dat niet geheven was. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee leden van de Afdeling bestuursrechtspraak, in aanwezigheid van de griffier, op 8 oktober 2019.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens het ontbreken van een belangenafweging en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.