ECLI:NL:RVS:2019:3284
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke op 21 maart 2019 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten stond. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de activiteiten van de vreemdeling in Nederland als te marginaal werden beschouwd om een reëel risico op vervolging aan te nemen.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee werd het beroep alsnog toegewezen wegens strijd met de motiveringsvereisten van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.