Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer 1]
[kind 1] ,V-nummer: [V-nummer 2]
[kind 2] ,V-nummer: [V-nummer 3],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, afkomstig uit een politiek actieve Alevitische en Koerdische familie uit Turkije, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij vanwege haar afkomst en familiepolitieke activiteiten van haar vader en zus, alsmede huiselijk geweld door haar echtgenoot, bescherming nodig had. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid en onvoldoende aannemelijk gemaakte risico's bij terugkeer.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiseres onvoldoende concreet had gemaakt dat zij persoonlijk in negatieve aandacht stond van Turkse autoriteiten. Haar problemen met haar echtgenoot en diens familie werden eveneens niet geloofwaardig bevonden, mede vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van medische onderbouwing. Ook het feit dat eiseres niet direct na binnenkomst in Nederland asiel aanvroeg, deed afbreuk aan haar noodzaak tot bescherming.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor internationale bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag of het EVRM. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en eiseres werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar en onvolledig geloofwaardige beweringen.