ECLI:NL:RVS:2019:3273
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verwijderingsbesluit politiegegevens
De korpschef van politie heeft op 14 december 2017 het verzoek van appellant om verwijdering van politiegegevens ingewilligd, omdat de verwerking niet langer noodzakelijk was. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk, omdat appellant geen belang meer had bij de beoordeling. Appellant stelde dat het besluit onbevoegd was genomen en dat hij wel belang had bij beoordeling vanwege het verschil tussen verwijdering en vernietiging en de onrechtmatigheid van de gegevensverwerking.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit bevoegd was genomen op grond van mandaatbesluiten binnen de politieorganisatie. Verder werd bevestigd dat verwijdering van politiegegevens niet gelijkstaat aan vernietiging; verwijderde gegevens worden nog vijf jaar bewaard en vernietiging is een aparte handeling. Het verzoek van appellant om vernietiging was niet gedaan, zodat hij geen belang had bij verdere beoordeling.
Ook het argument dat appellant het beroep nodig had om de onrechtmatigheid van de gegevensverwerking aan te vechten en daarmee zijn ontslag ongedaan te maken, werd verworpen omdat de bestuursrechter niet bevoegd is om over onrechtmatigheid van feitelijk handelen te oordelen. Het subsidiaire verzoek om afscherming werd niet beoordeeld omdat verwijdering reeds was toegekend en daarmee geen belang meer bestond.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.