ECLI:NL:RVS:2019:3237
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 oktober 2018 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 januari 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht onder meer de rechtsvragen over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, waarbij eerdere uitspraken van de Afdeling als leidraad werden genomen. Deze klachten waren terecht voorgedragen, maar leidden niet tot vernietiging van de uitspraak.
De overige aangevoerde grieven van de vreemdeling gaven geen aanleiding tot vernietiging, omdat deze geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.