ECLI:NL:RVS:2019:3199
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsbesluit omgevingsvergunning verbouwing pand in Tilburg
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft aan appellant een last opgelegd om een pand op een perceel in Tilburg in overeenstemming te brengen met de laatst verleende vergunning, omdat het pand zonder vergunning was verbouwd tot vier zelfstandige appartementen.
Appellant voerde aan dat voor de verbouwing geen omgevingsvergunning nodig was, omdat voldaan werd aan de vrijstellingscriteria van het Besluit omgevingsrecht en er geen strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende specificatie van de last, maar oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor de uitgevoerde bouwwerkzaamheden een omgevingsvergunning vereist was, omdat het niet is onderzocht of de brandcompartimentering is gewijzigd en het pand binnen de bestemming valt. Daarom is het college niet bevoegd tot handhaving op grond van de genoemde artikelen van de Wabo.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 15 juli 2019 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het besluit van 21 december 2016 geschorst en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het handhavingsbesluit vernietigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van de vergunningplicht.