ECLI:NL:RVS:2019:3183
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.D. van Heijningen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over handhavingsverzoek privacy digitale declaratieprocedures GGZ
De Stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken van Psychotherapeuten en Psychiaters heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep tegen het besluit van 18 september 2015 niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep tegen het besluit van 28 oktober 2016 ongegrond verklaarde.
Het geschil betreft een handhavingsverzoek tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) inzake de privacy van digitale declaratieprocedures in de geestelijke gezondheidszorg, waarbij wordt betoogd dat dbc-specifieke tarieven leiden tot ongewenste uitwisseling van diagnose-informatie ondanks privacyverklaringen.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het besluit van 18 september 2015 niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat de besluiten van 18 september 2015 en 28 oktober 2016 als één besluit op bezwaar moeten worden beschouwd. Verder bevestigt de Raad dat de AP terecht het handhavingsverzoek heeft afgewezen omdat het onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aantoont dat zorgverzekeraars de privacyregeling correct toepassen en geen overtreding van artikel 16 Wbp Pro plaatsvindt.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en bevestigd voor het overige. De AP wordt verplicht het betaalde griffierecht aan de stichting te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het besluit van 18 september 2015 wordt vernietigd en het beroep tegen de besluiten wordt ongegrond verklaard.