ECLI:NL:RVS:2019:3118
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgevingsvergunning voor zeven recreatiewoningen zonder dienstwoning
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van zeven recreatiewoningen en een dienstwoning op een perceel in Schoorl. Een omwonende, appellant sub 2, maakte bezwaar tegen de dienstwoning, stellende dat de noodzakelijkheid daarvan niet was aangetoond. De rechtbank stelde vast dat onvoldoende was aangetoond dat de bedrijfsprocessen op het recreatiepark een dienstwoning rechtvaardigen en vernietigde het besluit.
In hoger beroep betoogde appellante sub 1 dat de dienstwoning rechtstreeks was toegestaan volgens het bestemmingsplan, maar de Raad van State oordeelde dat de dienstwoning slechts is toegestaan indien de noodzaak daarvan is aangetoond. De enkele stellingen van appellante sub 1 over de exploitatie en het beheer waren onvoldoende onderbouwd.
Het college herzag het besluit en verleende vergunning voor alleen de zeven recreatiewoningen, zonder dienstwoning. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van appellante sub 1 en het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 ongegrond, vernietigde het besluit van 8 februari 2019 wegens onvoldoende motivering over de dienstwoning, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Hierdoor kan de dienstwoning niet worden gebouwd, maar zijn de zeven recreatiewoningen vergund.
Uitkomst: De dienstwoning wordt niet toegestaan, maar de vergunning voor zeven recreatiewoningen blijft geldig.