ECLI:NL:RVS:2019:3068
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 14 februari 2018 aanvragen om machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van vreemdelingen afgewezen. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekte tot het verlenen van de mvv's en dat uitvoering geen onherstelbare gevolgen zou hebben. Ook was de inspanning voor de staatssecretaris niet onevenredig. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.