ECLI:NL:RVS:2019:3013
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering kindgebonden budget wegens huwelijk in 2017
Appellant ontving in 2017 een voorschot kindgebonden budget inclusief alleenstaande oudertoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen herzag dit voorschot in 2018 naar een lager bedrag en vorderde het teveel betaalde bedrag terug, omdat appellant sinds 23 december 2014 getrouwd was en dus niet meer als alleenstaande ouder kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot mocht herzien omdat appellant zijn huwelijk niet tijdig had doorgegeven en het huwelijk pas op 15 januari 2018 in de Basisregistratie Personen was geregistreerd. De rechtbank vond de motivering van het bezwaarbesluit voldoende en ging mee in het standpunt dat appellant niet gehoord hoefde te worden.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij recht had op het voorschot omdat hij feitelijk alleenstaande ouder was en dat hij zijn huwelijk wel had doorgegeven aan de Sociale Verzekeringsbank. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat op het voorschot geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend en dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot mocht herzien en terugvorderen. Ook oordeelde de Afdeling dat het niet relevant is dat de echtgenote in het buitenland woonde, omdat zij toch als partner wordt aangemerkt.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van het voorschot kindgebonden budget 2017 worden bevestigd.