ECLI:NL:RVS:2019:3007
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding bij kinderopvangtoeslag bezwaar
Bij besluit van 24 maart 2018 stelde de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag voor appellante over 2016 vast op basis van 728 uren dagopvang, gebaseerd op gegevens van het UWV. Appellante maakte bezwaar tegen dit aantal uren, maar leverde geen aanvullende stukken aan en maakte geen gebruik van de hoorplicht. De Belastingdienst verklaarde het bezwaar ongegrond.
In beroep overhandigde appellante alsnog stukken waaruit bleek dat het aantal arbeidsuren onjuist was vastgesteld, waarop de Belastingdienst het besluit herzag. In hoger beroep stond alleen de vraag open of appellante recht had op proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat appellante de kosten niet redelijkerwijs hoefde te maken omdat zij in de bezwaarfase naliet de juiste stukken te overleggen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. Het is aan de aanvrager van de toeslag om het aantal arbeidsuren aan te tonen met een deugdelijke administratie. De Belastingdienst mocht in bezwaar uitgaan van de toen beschikbare gegevens. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de proceskostenvergoeding blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de proceskostenvergoeding bevestigd.