ECLI:NL:RVS:2019:2978
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 18 januari 2019 werd aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 19 februari 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een van de aangevoerde klachten betrof de digitale ondertekening van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat hoewel de griffier de uitspraak niet op de eigen mobiele werkplek had ondertekend, de ondertekening wel rechtsgeldig was en de tekst identiek was aan die in het digitale dossier.
Verder werden geen gronden gevonden die tot vernietiging van het vonnis konden leiden. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.