ECLI:NL:RVS:2019:2934
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningverlening standplaats Oranjeplein Veere wegens strijd met beleidsnota
Het college van burgemeester en wethouders van Veere verleende aan een vergunninghouder standplaatsvergunningen voor het Oranjeplein in 2017 en 2018, ondanks dat de beleidsnota van de gemeente Veere alleen verkoop van vis en ijs op woensdag toestaat. De vergunningen stonden ook dagelijkse verkoop toe en het verkopen van friet en frisdranken, wat in strijd is met de beleidsnota.
De appellant, exploitant van een vaste frituurkraam op het Oranjeplein, maakte bezwaar tegen deze vergunningen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het college in redelijkheid van de beleidsnota mocht afwijken vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het langdurige gebruik van de vergunning door de vergunninghouder.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college onvoldoende belangenafweging heeft gemaakt, met name het belang van de appellant is niet meegewogen. Ook is niet gebleken dat de vergunninghouder door toepassing van de beleidsnota zodanig onevenredig wordt benadeeld dat afwijking gerechtvaardigd is. De toezegging dat vanaf 2017 geen vergunning meer zou worden verleend was gekoppeld aan de herontwikkeling van het plein, die later dan verwacht plaatsvond.
De Afdeling vernietigt de besluiten van 18 juli 2017 en 12 maart 2018, verklaart de beroepen gegrond en draagt het college op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De vergunningen voor standplaats op het Oranjeplein in 2017 en 2018 worden vernietigd en het college moet nieuwe besluiten nemen.