ECLI:NL:RVS:2019:285
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 29 maart 2018 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 18 december 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek, een bedrag van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd op 30 januari 2019 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter A.B.M. Hent, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.