ECLI:NL:RVS:2019:2829
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- J. Hoekstra
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
College mag inzameling afval zonder vergunning beëindigen en handhaven
Appellant exploiteert een afvalrecyclingbedrijf en gebruikte een perceel in Cuijk voor het inzamelen van afvalstoffen zonder de vereiste inzamelingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk stelde dat appellant in strijd handelde met artikel 4 van Pro de Afvalstoffenverordening Land van Cuijk en Boekel 2017 en legde een last onder dwangsom op om het inzamelen te beëindigen.
Appellant voerde aan dat hij op grond van een oude Hinderwetvergunning geen inzamelingsvergunning nodig had, maar de Afdeling oordeelde dat deze vergunning niet ziet op inzameling van afval en dat appellant het verbod op inzameling zonder vergunning heeft overtreden. Het college was daarom bevoegd tot handhaving.
Appellant stelde dat het college niet in redelijkheid kon handhaven vanwege langdurige bekendheid met de situatie en een lopende vergunningaanvraag. De Afdeling stelde dat de controles van het college betrekking hadden op de Hinderwetvergunning en niet op inzameling, en dat het college een integriteitsonderzoek liet uitvoeren vanwege verdenkingen omtrent criminele activiteiten, waardoor geen concreet zicht op legalisatie bestond.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het college mag handhavend optreden tegen het inzamelen van afval zonder vergunning.