ECLI:NL:RVS:2019:2790
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens tatoeage
De staatssecretaris heeft op 24 mei 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 juli 2019 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het eerste deel van de grief van de vreemdeling niet tot vernietiging leidt, maar dat het tweede deel, betreffende een tatoeage, reeds in eerdere uitspraken was beantwoord. Op basis daarvan verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, zijnde €1.536,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd op 20 augustus 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.