ECLI:NL:RVS:2019:2777
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 maart 2017 de aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af wegens het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn van drie maanden, zoals voorgeschreven in artikel 29, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 25 oktober 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
Tijdens de procedure stelde de Afdeling prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, die in november 2018 werden beantwoord. De Afdeling oordeelt dat hoewel de staatssecretaris terecht klaagt over de redelijkheid van de termijnoverschrijding, de vreemdeling niet correct is geïnformeerd over de mogelijkheid om een mvv aan te vragen voor een verblijfsvergunning regulier in het kader van gezinshereniging. De staatssecretaris heeft deze informatie in hoger beroep alsnog verstrekt.
De Afdeling bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 25 oktober 2017 volledig in stand blijven en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en wordt een griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en het besluit van 25 oktober 2017 blijft in stand.