ECLI:NL:RVS:2019:2052
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnoverschrijding bij afwijzing machtiging voorlopig verblijf in nareisprocedure
De staatssecretaris heeft op 14 juli 2016 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden. De rechtbank oordeelde dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege communicatieproblemen tussen referent en Vluchtelingenwerk Nederland (VWN), en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij de vreemdeling lag, ook al was VWN betrokken. Tevens wees hij op het wetsvoorstel tot verlenging van de termijn, dat echter nog niet in werking was getreden. De Afdeling bevestigde dat fouten van gemachtigden zoals VWN in de regel geen reden zijn om een termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Hoewel de staatssecretaris de aanvraag terecht afwees, oordeelde de Afdeling dat hij de vreemdeling niet voldoende heeft geïnformeerd over de gevolgen van de afwijzing en de mogelijkheden om alsnog gezinshereniging aan te vragen. Dit gebrek leidde tot vernietiging van het besluit door de rechtbank, maar de Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak met verbetering van de gronden.
De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht is vastgesteld. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven volledig in stand.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en de aanvraag terecht is afgewezen, ondanks een motiveringsgebrek over informatieverstrekking.