ECLI:NL:RVS:2019:2737
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel afgewezen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 17 april 2019 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 mei 2019 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep stond centraal de vraag of het Bureau Medische Advisering met haar beoordeling voldeed aan de vereisten zoals gesteld in het arrest van het Hof van Justitie van 16 februari 2017 (zaak C.K. tegen Slovenië). De Afdeling bestuursrechtspraak volgde de eerdere overwegingen uit haar uitspraak van 27 juni 2019 en oordeelde dat de grief van de staatssecretaris slaagt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J.J. van Eck op 12 augustus 2019.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.