ECLI:NL:RVS:2019:2711
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek wijziging nationaliteit registratie naar staatloosheid
Appellant verzocht het college om haar nationaliteit in de basisregistratie personen te wijzigen van 'onbekend' naar 'staatloos'. Dit verzoek werd door het college afgewezen omdat appellant niet had aangetoond dat zij door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd.
De rechtbank oordeelde eerder dat de wijziging van de registratie alleen kan plaatsvinden indien onomstotelijk vaststaat dat appellant staatloos is. Uit onderzoek en overgelegde documenten bleek dat niet is uitgesloten dat appellant de Macedonische nationaliteit bezit, mede vanwege de nationaliteit van haar vader en de geldende nationaliteitswetgeving van Macedonië. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het college niet alle relevante stukken had overgelegd en dat de rechtbank bepaalde bewijsstukken ten onrechte niet had betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat niet onomstotelijk vaststaat dat appellant staatloos is en dat de correspondentie tussen het college en diens adviseur niet tot een ander oordeel leidt.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het besluit van 18 december 2017 blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de wijziging van de nationaliteit in de BRP blijft in stand.