ECLI:NL:RVS:2019:2695
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens geweldsdelicten
Appellant verzocht op 16 februari 2018 om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een functie als monteur energie en water. De minister weigerde dit verzoek op grond van diverse geweldsdelicten die binnen de terugkijktermijn van vier jaar in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) waren geregistreerd. Appellant was onder meer veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, bedreiging en openlijke geweldpleging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het objectieve criterium is voldaan, omdat het herhalen van de geregistreerde feiten een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de functie en een risico voor de samenleving inhoudt.
Daarnaast is het subjectieve criterium niet van toepassing, omdat de minister het belang van de samenleving bij bescherming tegen herhaling van geweldsdelicten zwaarder mocht laten wegen dan het belang van appellant bij het verkrijgen van de VOG. Het tijdsverloop en de recidive binnen en buiten de terugkijktermijn ondersteunen deze afweging.
De Afdeling ziet geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigt de weigering van de VOG. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG vanwege het risico op herhaling van geweldsdelicten binnen de terugkijktermijn.