ECLI:NL:RVS:2019:2684
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 22 mei 2019 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft op 12 juli 2019 het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond verklaard. Hiertegen heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens moet de staatssecretaris opvang en verstrekkingen bieden conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers gedurende deze periode. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 6 augustus 2019 door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier R.M. Ahmady-Pikart. De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen uitzetting totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.