ECLI:NL:RVS:2019:2660
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 19 oktober 2018 door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd bij uitspraak van 16 november 2018, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werden onder meer klachten geuit over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling heeft deze klachten als terecht erkend, maar achtte ze niet voldoende voor vernietiging van de uitspraak, mede omdat de ondertekening en tekstintegriteit zijn bevestigd door de rechter en griffier.
De overige grieven van de vreemdeling bevatten geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat ook deze niet tot vernietiging leiden. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.