ECLI:NL:RVS:2019:2654
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herregistratie huisarts wegens niet voldoen aan werkzaamhedeneis
De zaak betreft het hoger beroep van een huisarts tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot herregistratie in het register van huisartsen door de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS). De RGS wees de aanvraag af omdat de appellant niet voldeed aan de per 1 januari 2016 geldende werkzaamhedeneis: gemiddeld 16 uur per week gedurende één jaar werkzaam zijn als huisarts.
De rechtbank had geoordeeld dat de appellant niet voldeed aan deze eis en dat de RGS de anw-uren en verlofuren terecht niet bij de reguliere uren had opgeteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen omdat de appellant niet persoonlijk was geïnformeerd over de gewijzigde regelgeving en de schade voor zijn eigen risico was.
In hoger beroep voerde de appellant aan dat de anw-uren en verlofuren wel mee moesten tellen en dat de eis van één aaneengesloten jaar niet uit de regelgeving volgde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de RGS terecht de anw-uren niet bij de dagpraktijkuren had opgeteld, dat verlofuren niet meetellen en dat de eis van één jaar geldt. Ook het beroep op overgangsrecht en het vertrouwensbeginsel faalde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarbij werd benadrukt dat het belang van de kwaliteit van de huisartsenzorg voorop staat en dat alleen degenen die aan de eisen voldoen worden heringeschreven.
Uitkomst: De herregistratieaanvraag van de huisarts wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de werkzaamhedeneis van gemiddeld 16 uur per week gedurende één jaar.