ECLI:NL:RVS:2019:2610
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale bouwwerken in Gennep
Het college van burgemeester en wethouders van Gennep legde op 21 december 2017 een last onder dwangsom op aan appellant wegens het zonder omgevingsvergunning oprichten van diverse gebouwen en bouwwerken op zijn perceel. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden deze ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat bijzondere omstandigheden, waaronder het tijdsverloop en het ontbreken van een handhavingsbeleid, tot afzien van handhaving hadden moeten leiden.
De Raad van State oordeelde dat het enkele tijdsverloop en de verwijzing in het bestemmingsplan niet kunnen worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die handhaving uitsluiten. Ook het ontbreken van een handhavingsbeleid doet niet af aan de bevoegdheid tot handhaving. De Raad stelde vast dat de overtreding niet van geringe aard is en dat het algemene belang bij handhaving zwaarder weegt dan de door appellant aangevoerde omstandigheden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant behoudt procesbelang vanwege mogelijke schadeprocedures, maar dit leidt niet tot een ander oordeel over de rechtmatigheid van het handhavingsbesluit.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.