ECLI:NL:RVS:2019:2595
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 4 maart 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 4 juli 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om te voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, gegrond is. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen moet ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 26 juli 2019 door voorzieningenrechter J.Th. Drop, in aanwezigheid van griffier D. van Leeuwen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.