ECLI:NL:RVS:2019:2563
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2015 afgewezen wegens onjuiste toetsing en gebrekkige motivering
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek van appellante om herziening van haar voorschot kinderopvangtoeslag over 2015 afgewezen. De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen deze afwijzing vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellante stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst het verzoek onjuist had beoordeeld en dat zij wel recht had op de toeslag.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst het verzoek ten onrechte had getoetst aan artikel 4:6 van Pro de Awb in plaats van aan artikel 16, vijfde lid, van de Awir, dat specifiek ziet op herziening van het voorschot. Tevens was het besluit onvoldoende gemotiveerd en was het onterecht afgewezen vanwege vermeende gebreken in de overeenkomsten met kindercentra.
De Raad van State wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat geen toezegging van de Belastingdienst was vastgesteld. De Afdeling droeg de Belastingdienst op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de ingediende stukken betrokken moeten worden. Hiermee wordt de procedure voortgezet en wordt de zaak inhoudelijk opnieuw beoordeeld.
Uitkomst: De Belastingdienst wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen over het bezwaar van appellante betreffende het voorschot kinderopvangtoeslag 2015.