ECLI:NL:RVS:2019:2537
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over aanvullende bekostiging personeelskosten vmbo-school
De Stichting Openbare Scholengemeenschap Erasmus, bevoegd gezag van een vmbo-school met een afdeling Internationale Schakelklassen voor nieuwkomers, kreeg in 2017 geen aanvullende bekostiging voor personeelskosten van de minister omdat het percentage leerlingen uit armoedeprobleemcumulatiegebieden (apc-leerlingen) op de peildatum niet aan de drempel van 30% voldeed. Dit kwam doordat nieuwkomers, die niet in apc-gebieden wonen, meegeteld werden in het totaal, waardoor het percentage apc-leerlingen daalde.
De stichting maakte bezwaar tegen het besluit van 21 december 2017, dat ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en gaf opdracht tot herstel. Bij het nieuwe besluit van 18 maart 2019 wees de minister de aanvraag opnieuw af, stellende dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om alsnog aanvullende bekostiging te verstrekken.
De stichting voerde aan dat de nieuwkomers ten onrechte werden meegeteld, dat zij onevenredig zwaar werd getroffen door de gewijzigde bekostigingssystematiek en dat de financiële gevolgen van het mislopen van de bekostiging als bijzondere omstandigheden moesten worden aangemerkt. De Afdeling verwierp deze bezwaren, overwegende dat de minister terecht uitging van de juiste leerlinggegevens, dat de lumpsumfinanciering en de gewijzigde systematiek geen bijzondere omstandigheden opleveren en dat de financiële situatie van de stichting geen acuut gevaar voor voortbestaan toont.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van 21 december 2017 gegrond en vernietigde dat besluit, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 18 maart 2019 ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 21 december 2017 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van 18 maart 2019 wordt ongegrond verklaard.