ECLI:NL:RVS:2019:2525
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor detailhandel wegens ontbreken concrete aanvraag
Het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen weigerde op 25 november 2016 een omgevingsvergunning voor het veranderen van het gebruik van een bedrijfspand ten behoeve van detailhandel. Appellante stelde dat zij op 29 september 2016 een vergunning van rechtswege had verkregen omdat het college niet tijdig had beslist op haar aanvraag van 3 augustus 2016.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het verzoek niet concreet genoeg was om een deugdelijke beoordeling mogelijk te maken. De rechtbank vernietigde het besluit van het college en herroept het besluit van 25 november 2016.
De Raad van State bevestigt dit oordeel. Uit de brief van 3 augustus 2016 blijkt niet welke concrete activiteiten of vormen van detailhandel worden beoogd, noch hoe de oppervlakte van het pand verdeeld zal worden. Ook is onduidelijk of en welk deel van het gebouw gesloopt zal worden. Hierdoor is niet voldaan aan de eis dat een aanvraag duidelijk en concreet moet zijn zodat het bestuursorgaan weet waarop het moet beslissen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.