ECLI:NL:RVS:2019:2508
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 9 augustus 2018 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank haar uitspraak moest vernietigen en het besluit van 9 augustus 2018 zelf moest toetsen. De vreemdeling voerde aan dat hij recht had op behandeling van zijn aanvraag omdat zijn echtgenote een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft, en dat de belangen van zijn kinderen en zijn medische situatie onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling stelde vast dat het huwelijk niet als gezinsband in de zin van de Dublinverordening werd erkend, mede omdat eerdere procedures hadden uitgewezen dat de feitelijke gezinsband verbroken was. De door de vreemdeling overgelegde bewijsstukken waren onvoldoende. Ook de belangen van de kinderen en de medische situatie van de vreemdeling gaven geen aanleiding tot behandeling van de aanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.