ECLI:NL:RVS:2019:2501
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperking kennisneming stukken in bestuursrechtelijk hoger beroep over nalatenschap
De erven van wijlen [overledene] hebben in het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland verzocht om beperking van de kennisneming van bepaalde gedingstukken, waaronder een verklaring van executele en een brief van de executeur-testamentair. Zij stelden dat deze stukken bijzondere persoonsgegevens bevatten die niet aan andere partijen bekendgemaakt mogen worden vanwege privacy.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek getoetst aan artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij werd een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van privacy en bescherming van persoonsgegevens.
De Afdeling oordeelde dat voor zover de stukken noodzakelijk zijn om de identiteit van de erven als erfgenamen vast te stellen, andere partijen deze gedeelten moeten kunnen inzien. Voor de overige gedeelten van de stukken, die privacygevoelige informatie bevatten, werd het verzoek tot beperking van kennisneming toegewezen.
De Afdeling wees het verzoek tot beperking van kennisneming van de brief van de executeur-testamentair af, omdat deze geen bijzondere persoonsgegevens bevatte die niet reeds elders waren vermeld. De erven werden verzocht binnen zeven dagen een aangepaste versie van de stukken in te dienen waarin de niet-toegestane gedeelten onleesbaar zijn gemaakt, onder dreiging van gevolgen bij niet-naleving.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van bepaalde stukken wordt deels toegewezen en deels afgewezen.