ECLI:NL:RVS:2019:2476
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E.J. Daalder
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering ontheffing en nadeelcompensatie zegenvisserij IJsselmeer
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de weigering van ontheffing en nadeelcompensatie door [wederpartij], exploitant van een zegenvisserijbedrijf op het IJsselmeer.
De minister had het verzoek van [wederpartij] om ontheffing van beperkingen in de Uitvoeringsregeling Visserij afgewezen, waaronder het maximum van zeven zegendagen per jaar en het verbod op vissen in de havenkommen in de winter. Tevens werd een verzoek om nadeelcompensatie en schadevergoeding uit onrechtmatige daad afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de minister onzorgvuldig had gehandeld bij de afwijzing van ontheffing voor het aan elkaar knopen van netten, en dat de minister een nieuw besluit moest nemen over nadeelcompensatie.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de minister terecht het verzoek om ontheffing heeft geweigerd, gelet op het belang van het herstel van de visstand en de voorzienbaarheid van de maatregelen. Ook is geoordeeld dat de schade binnen het normaal ondernemersrisico valt en dat er geen grond is voor nadeelcompensatie. De Afdeling wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat de wijze van knopen van netten niet onder het verbod valt en [wederpartij] onvoldoende heeft aangetoond schade te hebben geleden.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het verzoek om nadeelcompensatie en schadevergoeding wordt afgewezen.