Uitspraak
Datum uitspraak: 17 juli 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
Bij besluit van 8 december 2016 stelde de minister het tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht vast, met een wijzigingsbesluit in juni 2018. Diverse appellanten, waaronder milieuverenigingen en bedrijven, stelden beroep in tegen deze besluiten vanwege de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
De minister beriep zich op de passende beoordeling die voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS) was gemaakt, waarin ontwikkelingsruimte voor extra stikstofdepositie was gereserveerd. Echter, het Hof van Justitie oordeelde in november 2018 dat deze passende beoordeling niet de vereiste zekerheid biedt dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgde dit oordeel en stelde dat het tracébesluit niet kon worden vastgesteld op basis van de PAS-passende beoordeling. Hierdoor zijn het tracébesluit en het wijzigingsbesluit in strijd met artikel 13 van Pro de Tracéwet en artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998, en dienen zij te worden vernietigd.
De beroepen van alle appellanten werden gegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De Afdeling benadrukte dat voortzetting van de ruimtelijke ontwikkeling pas mogelijk is na een nieuwe passende beoordeling die voldoet aan de wettelijke eisen.
Uitkomst: Het tracébesluit en het wijzigingsbesluit worden vernietigd wegens onvoldoende passende beoordeling van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.