ECLI:NL:RVS:2019:2451
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek persoonlijke betalingsregeling kinderopvangtoeslag
Appellant heeft in 2011 en 2012 te veel kinderopvangtoeslag ontvangen die zij moet terugbetalen. Haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling werd door de Belastingdienst afgewezen en zij kreeg uitstel van betaling onder de voorwaarde van maandelijkse aflossing van €462 gedurende 24 maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de schuld vaststaat en de betalingscapaciteit correct is berekend. Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat zij niet in staat is het maandbedrag te betalen en dat de schuld onterecht is vastgesteld.
De Raad van State oordeelt dat de procedure alleen ziet op de betalingsregeling en niet op de vaststelling van de schuld, die inmiddels in rechte vaststaat. De persoonlijke lening van appellant mag niet worden meegenomen in de berekening van de betalingscapaciteit. De Belastingdienst heeft de betalingscapaciteit terecht vastgesteld op €661,00 en de maandelijkse aflossing op €462,00.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.