ECLI:NL:RVS:2019:2397
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft bij besluit van 24 juni 2016 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling hield de behandeling aanvankelijk aan vanwege een prejudiciële vraag en later vanwege nieuwe asielmotieven die voor het eerst in beroep werden aangevoerd. Na beantwoording van de rechtsvraag door de Afdeling oordeelde zij dat de rechtbank en de staatssecretaris het asielmotief bij het beroep hadden moeten betrekken. Hierdoor werd het hoger beroep kennelijk gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor herbehandeling met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.