ECLI:NL:RVS:2019:2391
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-behandeling asielaanvragen vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 26 april 2019 besloten om de asielaanvragen van twee vreemdelingen niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze besluiten op 24 mei 2019 onrechtmatig en vernietigde ze, met de opdracht nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was en dat de gronden van het hoger beroep slaagden, mede gelet op eerdere uitspraken over de opvang van gezinnen met minderjarige kinderen in Italië na overdracht krachtens de Dublinverordening.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. De gestelde bedreiging in Italië werd niet als voldoende reden gezien om de asielaanvraag aan zich te trekken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.