ECLI:NL:RVS:2019:2328
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning voor meanderen sloot op bosperceel
Het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst weigerde aanvankelijk een omgevingsvergunning voor aanleg van paden, drie duikers en het meanderen van een sloot op een bosperceel in Hengelo. Na bezwaar verleende het college alsnog vergunning voor de paden en duikers, maar niet voor het meanderen van de sloot. De rechtbank oordeelde dat voor het meanderen van de sloot geen vergunning nodig was.
Appellant en anderen, wonend nabij het bosperceel, maakten bezwaar tegen deze uitspraak en stelden dat het meanderen wel vergunningplichtig is. De Raad van State oordeelde dat het meanderen van de sloot vergunningplichtig is omdat het een nieuwe watergang creëert en bestaande delen dempt, wat volgens het bestemmingsplan vergunningplichtig is.
De Raad van State vernietigt daarom het besluit van 2 juli 2018 waarin de vergunning werd verleend zonder het slootonderdeel mee te nemen. Tevens vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het besluit over het meanderen van de sloot in stand liet. Het college moet een nieuw besluit nemen waarin ook het meanderen van de sloot wordt betrokken.
Verder oordeelt de Raad dat appellant en anderen belanghebbenden zijn omdat zij direct aan het bosperceel grenzen en zicht hebben op de werkzaamheden. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant en anderen.
Uitkomst: Het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd voor het onderdeel meanderen van de sloot; het college moet een nieuw besluit nemen.