ECLI:NL:RVS:2019:2126
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving werkzaamheden bosperceel Hengelo
Het geschil betreft een handhavingsverzoek tegen werkzaamheden op een bosperceel in Hengelo, waaronder aanleg van paden, verlegging van een sloot en kap van bomen. Het college wees het verzoek aanvankelijk af, maar verklaarde bezwaar gegrond voor paden en sloot en legde een last onder dwangsom op. De rechtbank vernietigde het besluit over de sloot, maar oordeelde dat de paden niet in strijd waren met het bestemmingsplan en dat kap van bomen vergunningvrij was.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de paden mede voor andere doeleinden dan de bestemming werden aangelegd, dat de slootwerkzaamheden vergunningplichtig waren en dat de kap van bomen verband hield met een niet-toegestane ontwikkeling. De Afdeling oordeelde dat de padenstructuur en duikers passen binnen de bestemming en dat het college ten onrechte stelde dat geen concreet zicht op legalisatie bestond voor de paden.
Ten aanzien van de sloot stelde de Afdeling vast dat het verleggen vergunningplichtig is en dat het college bevoegd was handhavend op te treden omdat geen concreet zicht op legalisatie bestond. De kap van bomen was vergunningvrij conform de Omgevingsverordening en het bestemmingsplan, ongeacht het oogmerk.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het besluit van 2 juli 2018 gegrond en vernietigde dat besluit. Het college moet een nieuw besluit nemen waarbij ook de slootwerkzaamheden opnieuw worden beoordeeld. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt deels de uitspraak van de rechtbank, vernietigt het besluit van 2 juli 2018 en beveelt het college een nieuw besluit te nemen over de slootwerkzaamheden.