ECLI:NL:RVS:2019:2300
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 december 2018 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werden onder meer klachten geuit over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin deze klachten werden behandeld en oordeelde dat deze klachten terecht waren voorgedragen maar niet tot vernietiging van de uitspraak leidden.
De overige grieven van de vreemdeling werden niet inhoudelijk behandeld omdat zij geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.