ECLI:NL:RVS:2019:2295
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gewijzigde situatie in Soedan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 juni 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling voerde aan dat hij politiek actief was tegen de Soedanese autoriteiten en daardoor bij terugkeer een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de overwegingen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de situatie in Soedan was gewijzigd doordat het leger op 11 april 2019 president Omar Al-Bashir had afgezet en gearresteerd, en een militaire raad aan de macht was gekomen. Gezien deze gewijzigde omstandigheden verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de afwijzing en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond.