ECLI:NL:RVS:2019:2290
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag vreemdeling na afwijzing rechtbank
De staatssecretaris heeft bij besluit van 17 februari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 21 maart 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, waardoor het onderzoek werd gesloten zonder verdere motivering.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De vreemdeling kan bij veranderde omstandigheden een nieuwe asielaanvraag indienen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.