ECLI:NL:RVS:2019:2256
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 18 oktober 2018 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde onder meer klachten over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, maar oordeelde dat deze klachten weliswaar terecht waren voorgedragen, maar niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden. Verder bleken de overige grieven onvoldoende gewicht te hebben om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen.
De Afdeling stelde vast dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, zijnde een bedrag van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.