ECLI:NL:RVS:2019:2211
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderopvangtoeslag wegens onjuiste toerekening betaling 2014
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 14 december 2018, waarin het bezwaar van appellant over de kinderopvangtoeslag voor 2014 en 2015 werd behandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder het besluit van 28 maart 2017 vernietigd en de dienst opgedragen een nieuw besluit te nemen.
In het bestreden besluit werd geoordeeld dat een betaling van € 512,30 die appellant op 17 juli 2017 deed voor opvang in juni 2014 te laat was en niet aan het jaar 2014 kon worden toegerekend. Appellant stelde dat deze late betaling het gevolg was van een facturatiefout door het kinderdagverblijf en dat hij er in 2014 op mocht vertrouwen dat hij alle kosten had voldaan.
De Afdeling oordeelde dat de betaling ondanks de late datum onder de gegeven omstandigheden wel aan 2014 kan worden toegerekend. De facturatiefout en het ontbreken van een tijdige waarschuwing door het kinderdagverblijf, alsmede het tijdig betalen van andere facturen, maken aannemelijk dat appellant niet bewust te laat betaalde. Het besluit van 14 december 2018 was ondeugdelijk gemotiveerd en werd vernietigd.
De Belastingdienst/Toeslagen werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin rekening wordt gehouden met de volledige en tijdige betaling in 2014. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De dienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 14 december 2018 wordt vernietigd en de betaling van 17 juli 2017 wordt toegerekend aan 2014.