ECLI:NL:RVS:2019:221
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan en terugwijzing voor nieuw besluit
Bij besluit van 26 oktober 2016 stelde de staatssecretaris vast dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had. Dit besluit werd op bezwaar en beroep door rechtbank en staatssecretaris bevestigd. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt bij de vaststelling van het rechtmatig verblijf, zoals eerder in een vergelijkbare zaak was vastgesteld. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Het besluit van 29 maart 2017 werd eveneens vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen, waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak vernietigd, en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.